Les 1
Het begin van haken.
Wat heb je allemaal nodig om te haken.
Haaknaalden nr 2,5, 3 en 3,5 zijn het belangrijkste, katoen, centimeter, markeerspelden, kop speldjes, stopnaald, schrift voor je patronen in te schrijven of wat voor jou belangrijk is, schaartje. Later oogjes en neusjes.
Leer deze steken goed uit het hoofd, ook de afkortingen daarvan..
l = lossen
ks = keer steek
st = steek / steken
hv = halve vasten
v = vasten
hst = half stokje
stk = stokje
dstk = dubbel stokje
al = achterste lus
vl = voorste lus
mg = magische ring
me = meerderen
min = minderen
( ) = aantal steken die je moet hebben
afk = afkanten
---------------------------------------------------------------------------------------------
Nu gaan we beginnen met de les, ben je er klaar voor?
We gaan eerst een proeflapje haken. Tijdens het haken van het proeflapje kan je zien of je met een dunnere (als je te los haakt) of dikkere (als je te strak haakt) haaknaald moet gaan haken.
We beginnen met toer 1. iedere toer krijgt een nummer. In sommige haakboeken worden de toeren ook wel met het alfabet aangegeven.
1 we beginnen met 16 lossen + 1 steek (ks) om te keren
2 nu haak je op die lossen 16 vasten (v) beginnen vanaf je haaknaald in de tweede lossen.
3 haak 1 lossen en keer je werk. haak nog 1 toer vasten (15)
4 haak 1 lossen en keer je werk, haak nog 1 toer vasten (15)
5 haak 1 lossen en keer je werk, haak nog 1 toer vasten (15)
6 haak 1 lossen en keer je werk, nu ga je 2 toeren halve vasten haken. dat is toer 6 en toer 7. Let goed op dat je geen vasten haakt. let op de keer steek!
8 haak nu weer 2 toeren vasten. Dat zijn dus toer 8 en toer 9
10 haak nu weer de keer steek = 1 lossen, werk keren en 2 toeren half vasten.
Dit zijn de eerste toeren van je proeflapje. Is het te los neem dan een dunnere haaknaald, is het te strak neem dan een dikkere haaknaald.
stuur een foto naar info@knuffelwerkjes.nl
"Doe mee en creëer je eigen knuffels"
Albertine Nieuwendaal-Harmsen